Ikke, ikke, ikke

Het is alweer een maand geleden: het moment dat ik tot een besef kwam. Nu, een maand later, is het het moment om er op terug te blikken. Ik volgde een vak genaamd ‘Softwareproject’, waar we een stuk software moesten maken voor echte opdrachtgevers. Het is dus een echt project met echte resultaten. Ons project deden we met 10 mensen en dat was eigenlijk nog te weinig. Een project doen met 10 mensen die je niet allemaal goed kent, is niet erg praktisch, handig of efficiënt, maar wel heel erg leerzaam.

Een maand geleden was er een vergadering van de technische mensen binnen ons project. Daar waren beslissingen genomen omtrent de taakverdeling voor de weken erna. Eén iemand was niet aanwezig en meldde zich pas een half uur van te voren aan mij af (ik was groepsleider van de technische mensen, maar had geen ‘macht’; het was dus enkel een coördinerende functie). Niet erg handig met mijn reistijd van iets meer dan een uur, maar goed.

In die mail meldde hij ook wat hij ging doen, zonder overleg, zonder te wachten op de notulen. In de vergadering hadden we met z’n allen besloten wat hij ging doen, aangezien hij veel te veel wilde doen en dat nog geen enkele keer op tijd af had gekregen. Dat mailde ik hem dus en daar was hij het niet mee eens. Hij snapte niet dat ik niet uit mijzelf sprak, maar dat ik uit de deelgroep van de technische mensen sprak. En daardoor accepteerde hij niet dat ik hem taken gaf, terwijl niet ík hem die gaf, maar we dat in overleg met de deelgroep hadden gedaan.

Je raadt het al: ik formuleerde de zin in de ik-vorm. We hebben er later een gesprek over gehad: de projectleider (student, ook zonder macht, ook alleen coördinerend), begeleider (docent), hij en ik. Daar heeft hij zo’n beetje in elke zin benadrukt dat hij niet accepteerde dat ík hem taken oplegde, terwijl ik het alleen deed vanuit de groep. Ik ben niet iemand die dat achter zich laat, nee, ik ging erover nadenken. Niet of ik het goed aangepakt had, want dat boeit me niet zo (ik ga nooit meer met zo iemand samenwerken, maar dat komt niet hierdoor). Wel over of ik veel in de ik-vorm zei.

Eén simpele conclusie: ja. Constant zelfs, en ook nog overal. Dus probeer ik dat te veranderen, maar dat is nog best moeilijk. De meeste zinnen zijn wel op een andere manier te benaderen, maar als je de zin goed leest, zie je de ‘ik’ er nog in terug. Het geeft wel leuke resultaten vind ik, want ik denk nu steeds na over ‘ik’ als ik ‘ik’ typ. En ik begin het nu irriterend te vinden. Ikke, ikke, ikke. Leef ik teveel in mijzelf, of schrijft iedereen zo? Er is een tijd geweest dat ik (expres) vrij veel in de 3e persoon enkelvoud schrijf (hij dus), maar dat vonden anderen weer irriterend…

Nu zou er één of andere geniale laatste alinea moeten volgen, maar ik kan me niets geniaals bedenken.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Persoonlijk. Bookmark de permalink.

5 Reacties op Ikke, ikke, ikke

  1. Lauradenkt zegt:

    Aaah samenwerken, ik ben blij dat ik dat niet zo veel hoef te doen bij mijn studie, zorgt meestal wel voor frustraties.

    Wel vervelend dat die jongen niet snapte dat het niet vanuit jou, maar vanuit de groep kwam.

  2. Shirley zegt:

    In boeken erger ik me kapot aan de ik-vorm. Ik heb een nichtje die vroeger als volgt over zichzelf sprak: Raschel wil ook spelen! Irritant dat het was! Het ligt er maar net aan in wat voor setting je aan het ikken bent. Nu valt “ik” me wel heel erg op, terwijl ik hiervoor logjes heb gelezen waar veel gebruik gemaakt werd van het woord en daar ergerde het mij niet. Ja Shirley probeert het woord al te ontwijken, valt het op? 😛

    • Renze zegt:

      Eigenlijk niet eens, jammer genoeg: dat was het beste argument geweest om te stoppen met me ‘zorgen maken’ om het gebruiken van ik!

  3. Muireann zegt:

    Wat ik heel vaak toepas in het dagelijks leven en ook in mijn professionele settings is het volgende…
    Als ik spreek vanuit mezelf, omdat ik spreek over een gevoel, iets wat ik heb meegemaakt, wat ik vind, etc. spreek ik vanuit de ik-vorm. Het gaat tenslotte over mij. Op die manier leg ik de oorzakelijke verbanden ook bij mezelf, zonder meteen alle schuld op mij te nemen. Heel handig zijn zinnen als: ‘ik vind’, ‘ik heb het gevoel’, ‘als jij dit doet dan voel ik dit’, etc.
    De ik-boodschap is een bekende vorm die zowel aan leerkrachten als sociaal werkers (en wss nog wel andere professionals ook!) wordt aangeleerd, omdat je dan meteen oorzaken voor anderen blootlegt. Je formuleert het namelijk als volgt: het gedrag van de ander benoemen en meteen erbij vertellen wat dat bij jou teweeg brengt.
    vb. “Als jullie de hele tijd door de klas roepen dan krijg ik hoofdpijn. Dat is voor mij heel vervelend.”

    Gaat het dus over een ander, spreek ik in de jij-vorm. Gaat het over een groep waar ik niet toe behoor, spreek ik in de zij-vorm en als ik wel tot die groep behoor dan spreek ik in de wij-vorm. Heel simpel eigenlijk: ik zeg het zoals het is… 😉 Concrete zaken benoemen. Het is kunstmatig in het begin, maar ik merk dat het steeds makkelijker gaat eenmaal ik het gewoon ben en het op den duur gewoon een automatisme is.

    Een hele uitleg, maar ik weet eigenlijk niet of je er wat aan hebt, hahaha! 😛

    • Renze zegt:

      Ik weet heel goed de verschillen en hoe je het beste kan praten in welke vorm e.d., alleen toch neig ik heel erg om teveel uit mezelf te praten. Dat is het probleem. Sterker nog: het is voor mij mogelijk om hele teksten te schrijven die niet vanuit ‘ik’ zijn geschreven, maar waaruit wel blijkt dat het over mij gaat.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *