Antón en Nieve

De Giro d’Italia is de grootste wielerronde van Italië, voor de niet-volgers: 3 weken lang afzien, 21 etappes, 2 rustdagen, 3500km op de fiets zitten (exclusief neutralisatie voor de etappes, trainen op de rustdagen voor herstel en inrijden voor de tijdritten). En met de hoeveelheid hoogtemeters (gister waren het er al 6500 in 1 etappe, dat is meer dan 200 keer de Brienenoordbrug op) is het eigenlijk bijna niet te doen. Toch fietsen elk jaar weer 150 renners naar Milaan toe.

Dit jaar doet mijn favoriete ploeg, Euskaltel – Euskadi, weer mee. De afgelopen 2 jaar was dat niet het geval, omdat ze toen mochten kiezen of ze mee mochten doen. Hun belangen lagen ergens anders. Bovendien bestaat het team de laatste jaren uit slechts een renner of 25, terwijl de meeste teams richting de 30 gaan. En het is niet de bedoeling dat elke renner 100 koersdagen op zijn teller heeft aan het eind van het seizoen…

Dit jaar doen ze dus weer mee, en niet zomaar meedoen: Antón en Nieve zijn erbij. Niet de minste renners. De eerste won in de Vuelta a Espana (gelijkwaardige ronde, maar dan in Spanje) vorig jaar 2 etappes, de tweede won er slechts 1. De eerste viel helaas toen hij aan de leiding stond, terwijl de kans groot was dat hij de ronde zou winnen. Hij had zoveel schaafwonden dat hij niet meer verder kon fietsen. Legendarisch als hij is, ging hij vrolijk in de auto zitten en deed alsof er niets aan de hand was. Net voordat hij uit het ziekenhuis ontslagen was, zei hij al: “volgend jaar kom ik terug om hem te winnen”.

Nog legendarischer is de manier waarop Nieve won: 2 dagen nadat zijn kopman uitviel, reed hij in de kopgroep, reed hij er onder andere Luis Leon Sánchez af en won zomaar de koninginnenrit. En toen dacht Euskaltel geen twee keer na om hem gelijk een nieuw contract te geven, want eigenlijk moest hij een andere werkgever gaan zoeken. Ook eindigde hij nog even 11e in het eindklassement van diezelfde Vuelta, niet echt slecht dus.

Nu doen ze dus mee aan de Giro d’Italia, maar veel mocht niemand ervan verwachten. Ze gingen voor een ritzege, waar Antón eigenlijk alleen maar op hoopte en niet eens veel van verwachtte (daar Euskaltel nog nooit een ritzege heeft behaald in de Giro). Of hij ook voor het klassement ging? Nee, dat zeker niet. “Laat mij maar 63e worden met een ritzege” heeft hij gezegd. En hoe vaak er ook naar werd gevraagd de afgelopen week, elke keer zei hij dat hij er niet voor ging.

Eergisteren, zaterdag 21 mei 2011, stond de Monte Zoncolan op het programma – voor de niet-kenners: 10km lang, 12.1% gemiddeld, waarvan +-6km aan 15%. Daar finishten ze bovenop, dus dat was afzien, afzien en nog eens afzien. Antón viel al op 7km van de finish aan, waarna Contador en Scarponi terugkwamen, en hij dus maar nog een keer aanviel. Gelost en niet meer teruggezien. Hij wint op de Zoncolan, als eerste niet-Italiaan (oké, ik geef toe, dat is niet speciaal als er pas voor de 4e keer wordt gefinisht). Hij pakt tijd op iedereen en staat opeens 3e in het klassement, 1 seconde achter de nummer 2 (Nibali).

Gisteren, de koninginnenrit, op zondag 22 mei 2011, 6500 hoogtemeters staan op het programma, 60km klimmen aan 7.3% (en dat zijn alleen de klimmen die gecategoriseerd zijn). De rit is 223km lang, de winnaar doet er 7h27 over, zonder koffiepauzes. Dat is nog eens een werkdag. En de winnaar is… Nieve! Hij rijdt 2 Giro winnaars eruit (Di Luca en Garzelli), 1 Tour winnaar (Sastre), nog een hoop andere klasbakken (Sella, Weening, Hoogerland, …) en nog 11 andere renners. Doe het hem maar na. Hij rijdt ze er ook niet zomaar uit, want de een-na-beste (of eerder: minst-slechte) komt op 1 minuut en 41 seconde binnen (Garzelli).

Een super prestatie dus: 2 ritten achter elkaar winnen en zo goed in het klassement staan. Ohnee, want Antón had even een inzinking en verloor zo 7 minuten op Contador. Ach, nu staat Nieve 5e in het klassement en Antón 11e. Alsnog beter dan zijn gehoopte 63e plaats, én Nieve heeft ook een ritzege. Bovendien kan Antón nog een paar plekken stijgen, aangezien de nummer 6 op minder dan 1 minuut van hem staat, maar dat zou alleen maar tot extra vreugde leiden!

Of is er wel vreugde? Vanaf 9 mei 2011 denk ik bij elke reanimatie die ik zie aan Wouter Weylandt. Vanaf vandaag zal dat hetzelfde zijn bij elke garagedeur die ik zie, door Xavier Tondo. Nee, vreugde ontbreekt, maar diep van binnen ben ik blij met de ritzeges en vergeet ik de overledenen. Alleen diep van binnen.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Wielrennen. Bookmark de permalink.

1 Reactie op Antón en Nieve

  1. Jolene zegt:

    Ik begrijp wat je bedoelt, ik ben zelf grote fan van de Schlecks, en als die winnen is dat voor mij echt super! Maar net zoals je zegt, sinds de dood van Weylandt en Tondo zie ik het in ander perspectief. Je moet er gewoon eens over nadenken hoe de wielrenners soms hun leven riskeren… Beter 10e of later aankomen dan nooit meer aankomen hé…

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *