Zolderkamer

Een fantasie-verhaal een half jaar terug geschreven

Gisteren zat ik op mijn zolderkamer. Ik zocht tussen een paar dozen interessante weetjes van vroeger. Ik zocht naar dagboeken die ik toen had geschreven, of misschien zelfs van mijn ouders, en anders broers. Ik stootte op een klein kistje. Op een klein houten kistje. Er zat een slot op, ik probeerde het voorzichtig te openen, maar het ging niet open. Dus zocht ik verder naar een klein sleuteltje voor het kistje. Het lag niet in die omgeving, maar aan de andere kant van de kamer. Ik vond de sleutel rond de nek van een kleine pop, met een roze jurkje aan. Ik liep terug naar het kistje, en ging erachter zitten. Daarna opende ik het slot. Het kistje sprong open. Er zat een oud document in, samen met een medaillon. Ik bekeek eerst het medaillon, hij was prachtig. Ik opende het medaillon en zag twee foto’s. Eentje van mijn oma en eentje van een man die niet mijn opa was. Mijn gedachtes gingen nadenken, wat was er gebeurd? Waarom is dit mij nooit verteld, zelfs niet na de dood van beiden? Ik wist het niet. Ik pakte het oude document. Het bleek een brief te zijn, voor mijn oma, van een man wiens naam ik niet kende. Het was een heel passionele brief. Eigenlijk wilde ik het niet lezen, maar ik was zo nieuwsgierig dat ik me niet kon bedwingen. Hij was geschreven in gebroken Nederlands, waarschijnlijk had de man Duitse roots. Er stond een geweldig mooie liefdesverklaring in. Vanonder stond er een aanwijzing dat er in het kistje nog verder iets verstopt was. Ik zocht het kistje en pluisde hem uit, maar ik vond niets. Toen bedacht ik me dat ik de bodem eruit kon halen, dus dat deed ik. Er zat een cassette in, dus zocht ik een cassettespeler. Die vond ik naast de kleine pop, in het roze jurkje. Ik speelde hem af, maar hij was al helemaal afgespeeld, dus spoelde ik terug naar het begin. Helaas was de cassettespeler al zo oud, dat de cassette kapot ging van het terugspelen. De magneetband kwam er helemaal uit en er zaten hier en daar scheurtjes in. Wat ik ook probeerde: ik kreeg hem niet aan de praat, alleen halve woorden hier en daar. Ik pakte de brief erbij en zocht naar verdere aanwijzingen. Achterop vond ik een geweldig liefdesgedicht.

“Vannacht gaf ik je een kus,
ik droomde van een kus die jij me gaf,
een perfecte kus,

Vanochtend was jij mijn gedachte,
ik was blij omdat jij in die gedachte
lachte,

Vanmiddag voelde ik jouw warmte,
de zon scheen en schaamte
verdween,

Vanavond schreef ik dit gedicht,
omdat ik je lieve woorden wil schenken
en bloos in mijn gezicht,

Vannacht geef ik je een kus
en bedenk mij of ik,
je een berichtje sturen zou,
zodat ik en dat meen ik
schrijven dat ik van je hou

Ik hou van jou”

Ik las hem opnieuw. En opnieuw. En nog is. En voor de laatste keer. Elke keer vond ik hem geweldig, zo niet geweldiger. Ik dacht na over wat er gebeurd was, maar ik kon het onmogelijk vragen. Mijn opa was al overleden, ik had geen idee wie deze man was en mijn oma is een maand geleden overleden. Niemand van mijn familie wilt nu al over d’r praten, het wordt ze elke keer teveel. Ik was radeloos, ik was nieuwsgierig, ik móest het weten. Ik besloot alles weer precies zo neer te leggen zoals het lag en te doen alsof ik er nooit was aangekomen. De volgende dag zou ik de gemeentearchieven induiken. Ik kon echter niets over deze man vinden, helemaal niets. Zelfs niet in de grote stad in de buurt. Zelfs niet op internet. Ik wist niet wat ik ermee aan moest. Ik moest het aan m’n ouders vragen, maar dat kon niet. Onmogelijk. Het was een dilemma. Een dilemma dat me nu nog steeds dwars zit, 5 jaar later.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Fantasie. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Zolderkamer

  1. @renzedroog Dit heb je me al is verteld, was toch niet fictief:P?

  2. Renze Droog zegt:

    Zeker niet! Heb het toch echt verzonnen.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *