De 11 plagen van de Mont Ventoux

Ik zeik de Volkskrant altijd af als het om wielrennen gaat, en dat is te simpel dan eens echt een artikel onder de loep te nemen. Vandaag (zaterdag 13 juli 2013) staat in het sportgedeelte een artikel met de naam “De 21 plagen van de Mont Ventoux”. Daarvan zijn er echter 10 niet waar, of slechts voor een gedeelte waar.

Nummer 1: “je moet eten tijdens de beklimming”. Aangezien de beste renner ongeveer na een uur boven zal komen, is dat niet nodig. Als ze aan de voet of net iets daarvoor genoeg eten, kunnen ze dat uur volhouden zonder ook maar één ding te eten.

Nummer 3 en 18: “de zon is heel erg” en “de temperatuur is heel erg”. Het klopt dat er geen wolkje aan de lucht te zien zal zijn en dat het 35 graden aan de voet wordt, maar de eerste kilometers op het minst steile gedeelte gaan ze te hard om echt veel last van de zon te hebben, want met 25km/h voel je veel wind. In het bos is het altijd kouder en daarna zal het nog maar onder de 25 graden zijn. Dat is geen temperatuur waar de renners tegenop zien en de zon zal dat niet heel veel erger maken.

Nummer 5: “de wind is heel erg”. Het weerbericht zegt van niet: windkracht twee uit zuidwestelijke richting. De renners rijden in noordwestelijke richting op het windstuk en dat betekent wind op de kant, wat sowieso al minder erg is dan wind op kop, maar die windkracht twee doet het hem helemaal. Van de wind zullen ze niet veel last hebben.

Nummer 8a: “alle mensen langs de kant zijn heel erg”. De renners die voor een klassement en ritzege rijden merken er niets van, aldus Boogerd in Tour du Jour. Je zit in een roes en bent alleen maar bezig met zo snel mogelijk boven komen. Je weet uit ervaring dat de mensen altijd op tijd opzij springen. De renners die rijden om de tijdslimiet te halen, vinden de toeschouwers alleen maar leuk: ze worden aangemoedigd en soms krijgen ze zelfs een duwtje.

Nummer 8b: “en de renners hebben behoefte aan een fles water in hun nek”. Onzin: als ze eenmaal één keer water over zich heen krijgen, moeten ze dat elke paar minuten herhalen, anders wordt de hitte alleen maar erger. Er is echter geen garantie dat ze elke paar minuten water over zich heen krijgen, of dat ze water kunnen aanpakken om het over zichzelf heen te gooien, dus doet bijna geen enkele renner het.

Nummer 9: “de klim is 20.8 kilometer lang”. Niet waar: vanuit Bedoín is de klim 21.5 kilometer lang. Hoewel die 700 meter minder wel aangegeven staan op de site van de Tour, is dit duidelijk een geval van één bron is geen bron. Niet dat die 700 meter een groot verschil uit gaat maken…

Nummer 13: “aan de stukken met vals plat lijkt geen einde te komen”. Er zijn amper stukken met vals plat. De eerste twee kilometer ja, maar dan zit nog niemand om zijn moeder te roepen. Daarna is er misschien een stukje van 10 meter vals plat, maar dat is echt niet noemenswaardig.

Nummer 17: “de uitlaatgassen zijn niet te harden door de auto’s en vrachtwagen die vóór de renners naar boven rijden in de eerste versnelling”. Hoewel het verre van vast staat dat die auto’s en vrachtwagens allemaal via dezelfde kant de Mont Ventoux oprijden als de renners – er zijn immers nog twee andere kanten, waarvan één kant wel het laatste gedeelte gemeen heeft met de kant van de renners – is het al helemaal niet zeker dat ze allemaal in de eerste versnelling rijden. Als ze dat zouden doen, zouden er grote opstoppingen ontstaan op de berg. Volgens mij kunnen die auto’s en vrachtwagens redelijk doorrijden tot de laatste paar honderd meter, waar het altijd een gedrum van jewelste is. Zelfs als ze in hun eerste versnelling omhoog moeten rijden, is het nog maar de vraag of al die uitlaatgassen uren later nog steeds op dezelfde plek hangen. Ik kan het mij niet voorstellen.

Nummer 19: “de etappe is door de wedstrijdleiding als ‘zeer zwaar’ aangemerkt en de tijdslimiet is maar 14 of 15 procent”. Hij is aangemerkt als zwaar, niet als zeer zwaar. De tijdslimiet is in het minst gunstige geval 34 minuten (de percentages zijn kort door de bocht, want het is voor elke snelheid anders, en 14 of 15 procent is veel in vergelijking met andere wedstrijden). Doordat de rest van de etappe makkelijk doenbaar is, zullen zelfs de sprinters nog in het peloton zitten aan de voet van de Mont Ventoux. Dat betekent dat de sprinters alleen op de Mont Ventoux 34 minuten mogen verliezen. Dat is echt een eitje.

Nummer 20: “je ziet de Mont Ventoux 220 kilometer lang (de hele etappe dus)”. Ik ben op vakantie geweest 100 kilometer van de Mont Ventoux af en ik heb hem niet gezien.

Oftewel: bijna de helft van die geweldige 21 plagen van de Mont Ventoux zijn niet waar, of slechts gedeeltelijk waar. Trek je conclusies zou ik zeggen.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Kritiek met de tag . Bookmark de permalink.

4 Reacties op De 11 plagen van de Mont Ventoux

  1. Esra zegt:

    Ik ben eigenlijk meer geïnteresseerd in de plagen die wél waar zijn 😛

    • Renze zegt:

      Te weinig drinken, alle vliegjes in het bos, de zwaartekracht (maar ja, waar heb je die niet op deze wereld?), ijle lucht (wat reuze meevalt, de top is maar op 1912 meter, bij wielrennen telt het eigenlijk pas vanaf de 2000 meter), dat er veel bochten zijn (geen haarspeldbochten, maar gewoon 30 graden naar links, rechts, links, rechts, …), alle tegenstanders (het is sport, maar goed…), de druk (wat er elke etappe in de Tour is…), dat Tommy Simpson er dood is gegaan, de voorlaatste twee winnaars zijn betrapt, de hoeveelheid hoogtemeters (wat eigenlijk een combinatie is van de hoogte + lengte, maar goed) en de laatste is de verrassing (een hond, mist, …).

    • Esra zegt:

      Het is sowieso een erg belabberd rijtje 😛 Ik vind trouwens toch dat de wind er terug in moet. Dat ding heet tenslotte niet voor niks Mont Ventoux.

    • Renze zegt:

      Normaal gesproken wel ja, maar morgen niet!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *