Redoute

In de zomer van 2010 ben ik met 6 anderen een weekje in de Ardennen gaan fietsen. Na die week kreeg ik last van mijn heup. Tijdens die week functioneerde mijn lichaam prima. De ergste heuvel die ik ooit ben op gefietst, was tijdens die week. Dit is mijn verhaal over de Redoute.

Het was dag 5 van de vakantie. De eerste paar dagen hadden we minder gefietst dan we van plan waren doordat het eerder donker werd dan we dachten, doordat er materiaalpech was, doordat we verkeerd waren gefietst en doordat we naar een wielerwedstrijd gingen kijken met de auto.

Dag 5 was de dag van de Redoute. ‘s Ochtends hadden we al een rondje gefietst om naar diezelfde wielerwedstrijd te gaan kijken, maar dit keer deden we dat dus op de fiets. We hebben ze drie keer gezien. Ons huisje stond op een heuvel waar de wielerwedstrijd ook over ging. Aan het einde van het ochtendritje moesten we zo snel mogelijk omhoog fietsen om de koers voor te blijven zodat we ze de derde keer bij ons huisje konden zien. Dat lukte, maar daardoor was het wel afzien op die heuvel.

Het middagritje was niet heel lang: een bekende heuvel uit Liege – Bastogne – Liege, de Redoute en nog twee heuvels op de weg terug naar ons huisje. Die bekende heuvel was een opwarmertje. De Redoute was een hel.

De Redoute is een heuvel met een prachtig uitzicht als je achterom kijkt. Als ik achterom had gekeken, was ik omgevallen, dus dat heb ik niet gedaan. Afgelopen jaar ben ik terug geweest op de Redoute – dit keer met de auto – en toen zag ik het prachtige uitzicht.

De Redoute begint niet zo steil, hoewel voor Nederlandse begrippen wel steil. Bedenk je een brug en maak dat 3x zo steil, dan kom je ongeveer op het niet steile gedeelte van de Redoute uit (8%; voor elke 100m die je vooruitgaat, ga je 8m omhoog). Op dat stuk zit je nog in het dorpje waarin hij begint. Je verwacht in dat dorpje niet dat er een hele steile heuvel aankomt, behalve als je het weet.

Na een paar honderd meter ga je rechtsaf na een tunneltje. Je rijdt nu langs een grote weg en je vraagt je af wanneer het steile stuk komt, als je weet dat er een steil stuk komt. Er staan links allemaal bomen en daarachter ligt het steile stuk. Je kan het niet zien. Ik was hier al redelijk kapot, doordat we al veel hadden gefietst die dag en ik niet goed getraind was. Dus ik begon hier al een beetje te slingeren, want ik had geen lichtere versnelling meer over.

Vervolgens ga je links de bocht om. En dan besef je je dat hij héél steil wordt. Je kan niet echt ver naar voren kijken, gelukkig maar, maar je ziet wel dat het steiler wordt. De weg draait een klein beetje en dan voel je een steilte die in Nederland niet te vinden is. Vervolgens wordt hij iets minder steil en dus zou je eigenlijk zwaarder moeten schakelen, maar dat is héél lastig als je net een super steil stuk hebt gehad. Ik kon dat ook absoluut niet. Ik slingerde over de weg en hoopte dat het snel afgelopen zou zijn.

Daarna draait de weg weer wat en zie je een splitsing: rechts gaat de goede weg, links komt de weg van boven. Het is hier zó steil (20%) dat de auto’s van boven via een alternatief ommetje worden gestuurd. En dat voel je echt. Hier ging ik letterlijk meer opzij dan omhoog en slingerde ik constant. Ik zag voor mij twee fietsers fietsen die mij al hadden ingehaald net na het tunneltje, en ik zag dat ik hun weer aan het inhalen was. Moet je nagaan: ik slingerde al heel erg, hoe langzaam gingen hun dan wel niet?

Daarna wordt het iets minder steil, een beetje doenbaar zelfs. De weg draait naar links en alles in je lichaam is blij. Maar je weet ook wat er hierna komt, want dat zie je aan de rechterkant liggen… Je lichaam wordt steeds minder en minder blij als het steile stuk onder je fiets ligt. Hoewel dit minder steil is dan wat je net hebt gehad, is het nog steeds loodzwaar. Ik slingerde nog steeds heen en weer. Maar ik kwam wel dichterbij één van de twee andere fietsers. En even later haalde ik hem zelfs in. Ik vergat een beetje hoe steil het was, slingerde iets minder en reed hem zo voorbij.

Op de top keek iedereen op omdat ik fietsend aan kwam gereden, ik was immers met een paar vrienden aan het fietsen. Ze hadden helemaal gelijk, want het duurde zó lang dat het bijna onmogelijk was geweest dat ik dat fietsend kon halen. Maar door het slingeren haalde ik het. En hoewel de heuvel eindeloos zwaar was, ben ik fietsend boven gekomen. Misschien maakte ik twee keer zoveel meters als de kortste weg, maar dat maakt niet uit. Boven is boven.

Dit jaar ga ik hem weer doen. Soms snap ik niet zo goed waarom ik zoveel plezier beleef aan mijzelf pijn doen.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Wielrennen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *