Mijn ex-atletiekvereniging roept een tekort aan vrijwilligers over zichzelf af

Toen ik nog aan atletiek deed, zat ik natuurlijk bij een atletiekvereniging. Ik heb het daar lang naar mijn zin gehad, maar er waren toch altijd spanningen tussen trainers onderling en/of het bestuur. Eén van de grote problemen bij mijn ex-atletiekvereniging was dat er nooit genoeg trainers en vrijwilligers waren. Ik heb mij ooit een keer als mogelijke trainer aangemeld, maar heb daar nooit wat van gehoord. En juist mijn sterke punt was mijn techniek, wat je moet overbrengen op mensen die bij je trainen. Kracht, snelheid en uithoudingsvermogen had ik niet, maar dat heb je niet nodig om anderen aanwijzingen te kunnen geven. Plus ik zat er zo’n beetje het langste al op en had een vader en broer die training gaven Het lag dus zeker niet aan mijn kwaliteiten, maar wel aan de gebrekkige communicatie tussen de mensen die erover gingen dat ik er niets van hoorde. Ik geloof best dat mijn e-mail ergens verloren is geraakt die keer, maar zoiets blijft slordig.

Maar toen kwam er een andere keer. De groep waarin ik trainde deed niet veel wedstrijden. Een paar deden mee met de competitie die in teams per vereniging is: een stuk of 10 á 15 mensen doen allemaal 1 á 2 onderdelen en de prestaties worden omgezet in punten en dat wordt opgeteld. Daar heb ik ook wel eens aan meegedaan, hoewel het in de tijd van deze groep al niet meer gebeurde. En ook een paar deden af en toe een losse wedstrijd, maar het merendeel van de groep trainde voor het plezier. Van de groep waarin ik trainde, waren er een paar die nog extra trainingen deden (specialisatietrainingen), waarvan ik er één was.

Op een gegeven moment stopte onze trainer. Het was geen echt serieuze trainer of echt goede trainer, het was puur iemand die ons begeleidde en deed wat hij kon. Hij was aardig, maar hij was er vaker niet dan wel. We trainden dus vaker samen voor onszelf dan dat we naar iemand luisterden. Ik werd ook nog eens te oud voor de groep eigenlijk. Dus stelde ik voor aan één iemand van de groep om samen de groep training te gaan geven, maar dan niet op de manier van ‘we moeten nu dit doen’ en ‘jij doet dit verkeerd’. Gewoon op de manier zoals we het altijd deden als er geen trainer was: plezier maken tijdens het sporten en elkaar helpen waar dat kon. Die ander wilde dat best en dus gingen we ermee naar iemand die erover ging.

Ik heb een lange e-mail getypt om uit te leggen hoe het in elkaar zat. Dat we het praktisch gezien al deden. Dat we er niet eens per se een reiskostenvergoeding voor wilden. Dat we het fenomeen van stoppen op onze leeftijd wilden tegengaan. En vooral dat laatste waarschuwde ik voor: ik wist zeker dat dat zou gaan gebeuren. Want zou er geen fijne vervanging komen voor onze trainer, dan lag onze groep uit elkaar en zou iedereen er binnen een paar jaar mee stoppen. Dat gebeurde al jaaaren in onze atletiekvereniging. Precies in de leeftijdscategorie die we toen hadden (18-20).

Maar de persoon die erover ging vond het geen goede optie, want het leeftijdsverschil was te klein. Terwijl we het praktisch gezien dus al deden. Op dat moment heb ik nog een keer gezegd wat er ging gebeuren, maar die vrouw vond dat er fatsoenlijke alternatieven waren. De alternatieven: bij specialisatiegroepen gaan trainen (wat niemand wilde behalve de paar die het al deden, want dat was té gericht op wedstrijden) of bij een groep komen die wij niet kenden. Die groep trainde op dinsdag en donderdag. Wij trainden al ons hele leven op woensdag en zaterdag. De specialisatietrainingen van mij en een paar anderen waren op maandag en donderdag. Dat was dus gewoon niet te combineren: twee keer op donderdag trainen gaat niet, zeker niet als de tijden overlappen. Op maandag en dinsdag trainen is ook niet ideaal. Niet in het weekend trainen ook niet, want dan was er juist tijd zat, en juist doordeweeks was het lastiger. Toch bleef die vrouw heel stellig. En ging het plan niet door.

Binnen twee jaar is iedereen van die groep gestopt met atletiek. En dat wil ik eigenlijk al sinds die tijd aan mijn ex-atletiekvereniging vertellen. Want dit gebeurd dus al jaren. En wij kwamen met een tegenplan. Hoewel dat uiteindelijk ook gedoemd was om te mislukken, want uiteindelijk verhuizen veel mensen of stoppen ze om anderen reden. Maar onze groep was nog zeker een jaar of drie bij elkaar gebleven en pas vanaf dat moment had het nog twee jaar geduurd voordat iedereen gestopt zou zijn, in het slechtste scenario. In het beste scenario had een deel van onze groep aansluiting gevonden bij anderen. Dat heeft uiteindelijk niemand gedaan en niemand van mijn groep zit nu nog op atletiek.

Nu heb ik de kans om het te vertellen, want in de Facebook-groep van mijn ex-atletiekvereniging staat een grafiek met de ledenaantallen per leeftijd. En daar staat precies wat ik wil aangeven:

PAC

De blauwe lijn heb ik getekend: dat is hoe een goed verloop van leden eruitziet in mijn ogen. Op de basisschool gaan steeds meer kinderen sporten. Op de middelbare school stoppen er mensen, daarna als ze verhuizen en verder gaan studeren, nog iets verder daarna als ze gaan werken of aan kinderen beginnen. En daarna krijgen mensen een goed ritme in hun leven, kunnen ze weer tijd maken voor sport, moeten ze sporten van de dokter of gaan ze sporten tijdens de trainingen van hun kinderen.

Bij mijn ex-atletiekvereniging gaat het verkeerd vanaf een jaar of 14 á 15. Op dat moment wordt er een té groot verschil gemaakt tussen ‘goede’ mensen en mensen die het voor het plezier doen. De eerste groep wordt financieel gesteund, terwijl ze nog jong zijn en dat absoluut niet nodig hebben, in mijn ogen. Een sportvereniging is geen verkapt werk, ook niet als je de beste van Nederland bent. Daardoor ontstaat er een slechte band tussen de ‘goede’ mensen en de mensen die het voor het plezier doen. Plus er wordt tussen die twee groepen een veel te duidelijk onderscheid gemaakt. Maar daarna gaat het pas echt mis: als mensen van de middelbare school afgaan. In die leeftijdscategorie zijn er geen fatsoenlijke trainingsgroepen. Er is geen aanbod voor die mensen. Er wordt niet ingespeeld op de behoefte van die mensen: plezier maken met sport en meer niet (de mensen met talent blijven toch wel sporten, maar juist een sportvereniging zou zich op plezier moeten richten, in mijn ogen). Daardoor blijven er weinig mensen bij de vereniging hangen en dat maken ze pas veel later goed (40+). Dat gat van mensen dat daar zit is – als je mijn lijn volgt – ongeveer 400 leden.

Buiten dat dat een euro of 8000 scheelt per jaar, zitten in die groep ook héél veel mogelijke vrijwilligers en trainers. En daar zit mijn ex-atletiekvereniging om te springen. Maar wanneer ga je vrijwilligerswerk doen bij een sportvereniging? Niet als je net begonnen bent op je 40e. Wel als je al sinds je 6e lid bent en op je 25e alles goed geregeld hebt in leven en zeker wel eens een zaterdag over hebt om bij een wedstrijd te helpen voor een vereniging waar je al 20 jaar lid van bent. Die groep mensen mist mijn ex-atletiekvereniging, consequent. En ze doen er niets aan. Terwijl er naast mijn initiatief vast genoeg andere initiatieven zijn geweest.

In oktober ga ik weer lid worden van een atletiekvereniging. Maar niet bij mijn ex-atletiekvereniging. En ook niet als ik in de buurt had gewoond, want ik ben natuurlijk verhuisd. Nee, want voor mij hebben ze het wel verpest. En ik denk voor een heleboel andere mensen ook die een vergelijkbare situatie als de mijne hebben meegemaakt, ondanks dat die er heel lang plezier gehad hebben, net zoals ik dat heb gehad.

Waarom ik dit schrijf? Omdat ik hoop dat ze er iets van leren, want ik ben niet te gek om ze de kans te geven dit te lezen. En om al mijn normale lezers in te laten zien dat als er íets belangrijk is als je het hebt over klanten, dat het wel klantbinding is (voor zover je bij een vereniging over klanten kan spreken). En daar gaat het bij mijn ex-atletiekvereniging mis vanaf dat je een jaar of 15 wordt.

Ik wil niemand tekort doen die zich inzet voor mijn ex-atletiekvereniging, want er zijn een hele hoop goede vrijwilligers bij mijn ex-atletiekvereniging. Ik heb ook expres geen naam genoemd van de persoon waarover het ging, want het doet er niet toe wie het was, buiten dat ik niet weet of het alleen een beslissing was van die persoon of dat er nog meer mensen bij betrokken waren.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Kritiek met de tag . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *