Na de marathon

De periode na de marathon was voor mij een beetje dubbel. Aan de ene kant was ik trots op mijzelf dat ik de streep had gehaald, maar aan de andere kant had ik het echt heel graag beter willen doen. De uiteindelijk conclusie daaruit is: het maakt allemaal niet uit, want ik ga hem toch niet nog een keer lopen. Langer dan twee uur hardlopen is voor mij echt niet leuk, eigenlijk vind ik 10km al te lang, maar dat gaat zeg maar nog net. En in twee uur kan ik zo’n 25km hardlopen, dus dat is echt mijn limiet. Aan de ene kant jammer, aan de andere kant wel makkelijk, want nu hoef ik er niet over in te zitten.

Qua sport was het ook dubbel: de eerste training na de marathon viel ik met mijn fiets, ging mijn shifter kapot (het ding waarmee je schakelt) en laat dat nou net het duurste onderdeel van een fiets zijn, helaas. Sindsdien durf en wil ik niet meer hard door bochten. Dat is ook wel weer makkelijk: als iets kapot gaat dat duur is, besef je je weer dat je voor je plezier echt niet veel risico hoeft te nemen, want daarmee gaat uiteindelijk alleen maar je plezier omlaag.

Gelukkig ging het al snel weer beter, en hoewel ik dit jaar geen enkele maand veel heb gesport, heb ik wel heel erg constant gesport. Ik heb maar een paar pauzes genomen van steeds één à twee weken, waar dat meestal meer pauzes waren, waarvan er vaak één of meerdere ook nog eens langer duurden (zeg een maand). En daardoor heb ik eigenlijk heel veel gesport dit jaar, dus dat is mooi. Ik probeerde zelfs een tijdje om dit jaar 365h te sporten, maar uiteindelijk werd het te slecht weer en had ik er geen zin in. 300h is ook mooi, en daar zal ik ruim boven uitkomen (vorig jaar haalde ik 284h, daarvoor 176h, en de jaren daarvoor steeds minder dan 125h, voornamelijk doordat ik tussen oktober en maart niet tot heel weinig sportte). Dus dat is mooi.

Ik heb ook nog eens een PR gefietst op de zwaarste heuvel hier in Nijmegen, en als ik daar een PR fiets, dan ben ik heel goed, want daar probeer ik altijd hard te fietsen als ik in vorm ben. Diezelfde week heb ik in Limburg gefietst waar het ook meer dan goed ging: voor het eerst kon ik de hele dag op zo’n beetje alle heuvels goed meedoen. Normaal gesproken was het na de helft van de route al zo’n beetje op, en dit keer dus niet. Iets anders leuks was mijn eerste poging om meer dan 200km op één dag te fietsen. Hieronder wat ik er op Facebook over zei:

Vandaag een stukje gefietst met A en B: eerst het laatste stuk van de Tour-etappe naar Neeltje Jans en daarna via Goes en Bergen op Zoom terug richting Rotterdam. Dat ‘terug’ was wel 232km verder, dus ik heb voor het eerst meer dan 200km gereden!

Hoe het ging? Het eerste stuk tot 85km, net voorbij Neeltje Jans, ging helemaal goed. Daarna voelde ik dat het wel nodig had om even rustiger te doen. Tot de stop na 115km in Kapelle nog wel met windje mee stukken doorgereden. Daar zijn we aangekomen met een gemiddelde van +-27.5km/h. Na de stop bijna 40min een beetje te hard gereden onder aanvoering van B, en dat nekte mij de anderhalf uur daarna, dus toen deden we wat rustiger. Nog even gestopt om wat drinken te kopen en daarna ging het weer goed en zelfs steeds beter! Op het einde kwam ik er dan ook weer doorheen en na een lange stop bij B thuis ook nog op weg naar huis lekker doorgereden. Natuurlijk wel een beetje last van alles, maar al bij al valt het heel erg goed mee!

De statistieken:
Afstand: 232km
Bewogen tijd: 8h41
Gemiddelde snelheid: 26.7km/h
Gestart: 08:05
Geëindigd: 20:36, 12h31 later

Maar na zonneschijn komt regen, want in oktober stond de Ekiden op het programma. Dat is een estafette met 6 mensen en je loopt allemaal een stuk van de marathon (3x5km, 2x10km, 1×7.195km). Normaal gesproken is hij op de eerste zaterdag van juli, maar toen was het te warm, waardoor hij verplaatst werd naar half oktober. Ik deed de 10km en wilde heel graag onder de 45 minuten. Na 5km had ik 22.34, en voor de niet-snelle rekenaars: dat is 4 seconde boven schema. De tweede 5km deed ik precies in 22.30. En dus kwam ik 4 seconde te kort… Een beetje jammer. Het parcours was niet ideaal met een keerpunt waar je op een fietspad 180 graden moest draaien. Als dat er niet was, dan zou ik al onder de 45 minuten hebben gelopen. En dat is wel zuur, maar goed, volgend jaar is er weer een kans!

Iets anders dat tussen zonneschijn en regen in zit: fietsen over kasseistroken. Daarover later meer.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Atletiek met de tag . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *