Over de kasseistroken van Paris – Roubaix fietsen

Helemaal van Facebook, maar daardoor niet minder leuk:

Gisteren Op 28 augustus was het de dag om samen de kasseistroken van Paris – Roubaix te fietsen, ook wel bekend als de Hel van het Noorden. En dat is het dus echt. Het is nog veel erger dan ik mij had voorgesteld. De bedoeling was om 30.2km of 31.3km kasseien te doen, afhankelijk van of we nog een onbelangrijke strook achteraf wilden doen. Maar de kortste weg naar het begin van het parcours met de belangrijkste strook van Paris – Roubaix (het bos van Wallers/Trouee d’Arenberg) was over die kasseistrook zelf. We konden er langs rijden over een verhard pad, maar dat deden we natuurlijk niet. En zo begonnen we met tweemaal achter elkaar die strook zonder dat het de bedoeling was. Dat was al 5km kasseien. En dat deed al pijn. En toen waren er al blaren te zien. De eerste keer ging niet lekker, want dat was meer inkomen dan fietsen. De tweede keer ging een stuk beter en daar kregen we moraal van.

Op naar de volgende strook. Dat voelde als een gladde asfaltweg in vergelijking met het bos. Hoe slecht het bos dan lag? Bedenk een goed liggende asfaltweg en een slecht liggende asfaltweg. De slecht liggende rijdt al niet echt lekker, maar een goed liggende klinkerweg is erger. En dan heb je een slecht liggende klinkerweg, maar dan heb je weer een goed liggende kasseistrook of kinderkopjes. Dan krijg je een tijdje later een kasseistrook in Vlaanderen. Weer een tijd verder krijg je de kasseistrook die we deden na het bos. En dan komt het bos, en die is dus echt nog 10x erger dan die vrij goed liggende strook die erna kwam. Bizar zo slecht als het ligt. En daar rijden profs dan gewoon 40km/h+ over. Wij waren al blij met de helft.

Op de tussenstukken was het ook echt herstellen en vaak langzamer rijden dan op de kasseistroken. Niet dat je op die stroken je snelheid kon zien want je was alleen maar bezig met kijken naar de kasseien en pijn hebben. Naar de volgende strook toe ging het op zich nog wel, ware het niet dat die strook 3.7km lang was. 8:27 reed ik erover volgens Strava, 8:27 trillend, hortend, stotend, maar wel met 26.3km/h, want die strook ging qua snelheid heel erg goed. Helaas was het na elke strook kijken naar hoeveel blaren/open wondjes erbij waren gekomen. Tot dan toe elke strook één extra. En zo ging sturen, remmen en schakelen steeds minder goed. Met één arm rijden over kasseien gaat echter ook prima, heb ik zelf ondervonden.

Daarna hebben we nog twee kasseistroken gedaan die iets minder lang waren en daardoor wat beter te doen waren. Althans, behalve als er verkeer aan kwam, want dan moest je aan de zijkant rijden en dat is niet aan te raden. Op de één of andere manier kwam ik telkens aan de zijkant uit op het slechts liggende stuk, of zo voelde het tenminste. De pijn in mijn hand – alle wondjes op één na zaten op mijn rechterhand – werd erger en erger. Ik dacht: nog één strook en dan pauze. Kijken hoe die strook gaat. Die strook ging echter voor geen meter. Eerste keer dat ik in de kant en op het gras heb gereden. Eén strook eerder reed ik 50m over een verhard kantje, maar op deze strook was het 90% van de tijd. Het ging niet meer. Dus ging ik de auto halen.

De terugweg naar de auto was ook afzien, mijn stuur vasthouden ging amper. Maar het fietsen ging goed, ik had weinig pijn op andere plekken dan mijn handen. Misschien wel door de erge pijn in mijn hadden, want de andere 2 hadden veel meer last van hun onderarmen, bovenarmen, schouders, rug (die voelde ik ook wel heel erg, maar is dan ook een zwak punt van mijn lichaam), benen, net boven enkels, en eigenlijk gewoon overal. Dus, eenmaal aangekomen bij de auto, wilde ik naar ze toe rijden om ze te achtervolgen met de auto. Máár de drempels in Orchies, onthoud die naam goed, had hun doen besluiten dat het ook wel genoeg was. Elke drempel, elke oneffenheid deed overal pijn. Een normale drempel die je nooit voelt, deed door de pijn van de kasseien extra veel pijn. En dus sloten we de dag af met 16.3km kasseien. En dat was genoeg voor heel veel pijn. Maar ook genoeg voor een heldig avontuur.

Na de kasseistroken reden we naar de Velodrome, daar waar de aankomst van Paris – Roubaix ligt. En daar deden we onze ererondjes. En we waren het unaniem eens over het feit dat die wielerbaan in een hele slechte staat is, maar goed.

De conclusies van de dag zijn simpel: kasseien in dit gebied zijn onnoemelijk zwaarder dan kasseien op andere plaatsen. Dat de profs meer dan 50km kasseien doen is bizar, natuurlijk rijden ze wel sneller en dus zitten ze qua tijd misschien het dubbele van ons op kasseien, maar dan nog steeds. Bizar. Daar heb ik heel veel respect voor.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Wielrennen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *