Ik ben niet goed voor mijn eigen lichaam

Voor wie het nog niet weet: ik eet niet gezond. Mijn dieet bestaat uit brood, brood en nog meer brood. Af en toe friet, pannenkoeken en poffertjes, maar daar blijft het eigenlijk wel bij. Ik weet dat dat niet gezond is, dat ik eigenlijk meer gevarieerd moet eten, maar helaas gaat dat niet. En ik weet ook dat het voor andere mensen lastig is om te begrijpen, ook omdat ik het heel lang niet goed kon uitleggen. Bij deze een nieuwe poging met de uitleg die ik de laatste paar jaar eraan geef.

Als eerste: hoe het komt. Mijn zintuigen zijn heel sterk (oftewel gevoelig). Mijn smaak is daarin het extreemste geval. Mijn zicht, gehoor en reuk is ook wel sterk, maar niet zó extreem dat ik er last van heb. Wat er zo extreem is aan mijn smaak? Ik word heel snel misselijk van smaken en structuren. En dat word ik al helemaal als het verschillende smaken en structuren door elkaar zijn. Precies dat wat er overal aan eten te krijgen valt. Zelfs op een boterham zitten al drie smaken: brood, boter en beleg. Laat staan in een volwaardige avondmaaltijd waar veel meer uitgesproken smaken zitten.

Wat ik wel kan eten, ligt eigenlijk best simpel: de smaak moet zo goed als neutraal zijn, en anders wordt het al lastig. Als de smaak niet neutraal is, dan mag hij wel zoet en/of zout zijn, want daar kan ik wel tegen. De structuur moet het liefste hard en/of droog zijn, en eigenlijk moet het een bite hebben. Fruit? Niet droog (en vaak ook niet hard). Vlees? Geen van beide. Kaas? Ook niet, maar dat kan ik nog nét aan, omdat de smaak van de kaas die ik eet, niet zo uitgesproken is. En omdat ik er langzaamaan steeds meer gewend aan ben geraakt.

Het probleem van dit probleem is dat elk soort eten overal weer net wat anders is. Vroeger kon ik daar echt niet goed tegen en deed ik altijd zo simpel mogelijk. Tegenwoordig gaat het al wel iets beter, maar ik vermijd toch wel heel veel dingen, omdat ik vaak bij voorbaat al weet dat het niet iets is waar ik tegen kan. Thuis koop ik precies de dingen die ik wél lust, en één verandering daarin kan er al voor zorgen dat ik het niet lekker vind. Al is het bij een boterham alleen al het soort brood, het soort boter of een ander merk van het soort beleg. En dat is natuurlijk bijna onbegrijpbaar voor anderen. Ik begrijp het alleen omdat ik het ervaar, en omdat ik weet dat ik écht wel meer wil eten, maar dat lukt gewoon niet.

Als ik elke dag nieuwe dingen zou proberen, zou ik er wellicht sneller aan gewend raken. Maar de consequentie daarvan is dat ik veel vaker misselijk ben. Ik word al misselijk als ik nét teveel kaas op heb, of nét één klein hapje teveel kibbeling (één van de meest uitgesproken smaken die ik lust). Tegenwoordig voel ik dat gelukkig aankomen, maar het is wel heel lastig. Voordat ik ga eten voel ik het niet, ik voel het zeg maar een paar happen van te voren.

Als ik elke dag nieuwe dingen zou proberen, zou ik ook heel veel tegen mijn zin proberen. Ik weet dat ik niet zo vaak zin heb om nieuwe dingen te proberen, omdat het heel vaak een teleurstelling wordt. En als dat steeds maar weer gebeurd, dan wordt het een negatieve spiraal, en daar ga ik uiteindelijk juist minder van eten. Hier komt ook nog eens bij dat ik geen oneindige bankrekening heb, want elke keer iets nieuws kopen, dat kost (veel) geld op de lange termijn.

Het lastigste is nog wel dat het bijna onbegrijpbaar is voor iedereen die het niet ervaart, tenzij je een hele tijd met mij meeloopt en merkt wat ik eet en erachter kom dat ik het níet voor mijn plezier doe. Zelfs mijn vriendin heeft meer dan een half jaar gedacht dat het tussen mijn oren zat. Totdat ik een keer écht misselijk werd van eten. En dat gebeurde op een totaal onverwachts moment. Zonder voorafgaande aankondiging. En toen was ik een dag ziek. Dan ga je mij natuurlijk wel geloven, want dat fake ik natuurlijk niet en dat is écht niet iets dat ik wil.

Dat ik langzaam aan smaken gewend kan raken, staat voor mij wel vast. Zo kon ik een jaar of 5 geleden netaan één tosti eten. Inmiddels kan ik er drie achter elkaar eten doordat ik het een jaar lang heb geoefend. Ik bouwde het op door steeds vaker één tosti te eten, een keer ‘s middags en ‘s avonds een tosti te eten, daarna een keer twee tosti’s achter elkaar te eten, enzovoort. De eerste keer dat ik er drie at, kostte de laatste paar happen mij wel extreem veel moeite. En zo gaat het met elke nieuwe stap. Ik heb ook geregeld momenten dat ik minder kan eten dan mijn limiet is, omdat mijn zintuigen soms ook nog eens overgevoelig zijn, bovenop wat het normaal al is.

Maar er zijn ook extremere voorbeelden: neem nou gerookte zalm. Er was eens een dag dat ik dat wel eens wilde proberen. Dus deed ik het. Eén dun plakje tussen een stuk stokbrood in. En het ging, verbazingwekkend genoeg. Ik had verwacht dat ik er over meerdere keren gewend aan moest raken, maar ik kreeg al gelijk een (klein en dun) plakje op. Dus ik lust het. Máár: het moet wel met een overdaad aan brood zijn, het plakje moet heel dun zijn én de gerookte zalm moet geen hele uitgesproken smaak hebben. Een heel broodje gerookte zalm zou dan ook nog niet gaan. Daar zit meestal genoeg brood bij voor mij om netaan de helft van de zalm op te krijgen. Maar er zit ook nog allerlei groente op, en vaak ook nog iets van een saus, en dat gaat (nog) niet. Dus ik lust nu wel gerookte zalm, maar het zal nog een hele tijd duren voordat ik dat op een normale manier ergens kan eten.

En zo gaat het eigenlijk met alles. Het kost veel moeite om iets nieuws te proberen. Het kost veel moeite om iets nieuws te lusten. Het kost veel moeite om iets nieuws op zo’n manier te lusten dat ik het ergens buiten mijn eigen huis kan eten. En al die stappen zijn op zichzelf al amper te begrijpen voor anderen, laat staan in combinatie. Dus dat jij, beste lezer, het nog niet begrijpt, neem ik je niet kwalijk. Inmiddels weet ik dat dat voor zo’n beetje iedereen geldt. Gelukkig kan ik er zelf wel goed mee omgaan, want over de jaren heb ik precies geleerd wat ik wel kan eten, en wat niet. En wat ik wel moet zeggen tegen anderen, en wat niet. Vroeger zei ik gewoon dat ik weinig lustte, maar daar neemt eigenlijk niemand genoegen mee. Nu ik zeg dat mijn zintuigen heel sterk zijn, snappen mensen al sneller wáárom ik niet zoveel lust. Gelukkig maar, want ik zou het écht graag anders zien, maar dat kost gewoon héél veel tijd, moeite, zin en geld.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Persoonlijk met de tag . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Ik ben niet goed voor mijn eigen lichaam

  1. Sylvia zegt:

    Fantastisch hoe je hebt verwoord!
    Alhoewel ik het wel begrijp, na een dergelijke ervaring met 1 product te hebben gehad. Maar dat heb ik verteld dacht ik.

  2. Het lijkt me super lastig! Nu ben ik ook niet zo’n eter (ik word ook echt misselijk van bepaalde dingen, of als ik teveel van iets eet), dus ik herken het wel een heeeeeel klein beetje.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *