Wielrennen – Het begin

In het leven komen en gaan veel dingen, heel veel dingen zelfs. Eigenlijk denk je er amper bij na hoe het ooit was gekomen, wanneer dat was, wanneer het weg is gegaan en waarom het weg is gegaan. Terwijl je daar in theorie juist heel veel van kan leren. Want wat maakt iets voor jou interessant? En wanneer houdt die interesse op?

Met wielrennen is het voor mij eigenlijk op een vrij vreemde manier begonnen. Natuurlijk keek ik elk jaar wel naar de Tour de France, maar daar hield het ook wel bij op. Tot in 2006 mijn broer een wielrenspel kocht, zodat hij de Tour de France zelf kon spelen. Ik heb het spel meer, veel meer gespeeld dan hem. Daardoor kwam ik ook op een forum terecht van dat spel. En kocht in de nieuwe versie ervan. En nog een nieuwe. En nog een nieuwe. En nog een nieuwe.

Het forum was interessant, maar het wielrennen zelf werd steeds interessanter. Vanaf 2007 volgende ik veel wat op tv was, in 2008 eigenlijk wel alles en in 2009 begon ik ook op internet wielerwedstrijden te volgen. Een hele logische evolutie natuurlijk, al is dat bij lange na niet met alle interesses zo. In 2007 heb ik al een paar keer op de fiets gezeten, maar toen dacht ik bij nader inzien dat het toch niets voor mij was. En vanaf vorig jaar noem ik mezelf ‘wielrenner’, al stelt dat eigenlijk niet veel meer voor dan eens in de paar werken een fietstochtje maken. Natuurlijk alleen met mooi weer.

Slecht weer is sowieso niets voor mijn tere lichaampje met mijn ijzertekort, maar met slecht weer fietsen is weer iets héél anders. In de zomer van 2009 ben ik met een fietsvriend een toertocht gaan doen in de Veluwe. Ons plan was om de 135km te doen. Na 40km besloten we om toch maar rechtsaf te slaan voor de 100km, omdat het niet zulk lekker weer was.

Een kilometer of 10 later kwamen we de Grebbeberg tegen. Op zich is dat geen ding waar je tegen opkijkt, hij is immers maar 1km lang aan 3.1% (ter vergelijking: de Cauberg is 1.2km lang aan 5% en de Mont Ventoux is 21.5km lang aan 7.5%). Echter, net voordat we boven waren, begon het te hozen. De 50km ervoor gingen vloeiend en vielen heel erg mee, maar daarna kwam ik niet meer vooruit. Het voelde alsof ál mijn spieren mijzelf tegenwerkten en niets meer wilde, maar ik moest nog bij de auto komen, anders kwam ik nooit thuis…

Aan het begin van dit jaar ben ik er ook eens opuit gegaan toen het koud was, zo’n 0 graden. Ik vertrok uiteraard met te weinig kleding en gelijk na het begin gingen we ook nog eens de Heinenoordtunnel in. Daar is het normaal gesproken koud als je met 55km/h naar beneden sjeest, wat meestal lekker is als het een graad of 20 is. Alleen toen was niet lekker. En ook toen kwam ik de hele dag niet meer vooruit, al kon dat ook komen doordat het mijn eerste fietstochtje van het seizoen was.

Dit seizoen is het er daardoor niet echt van gekomen om veel te fietsen, omdat ik op zag tegen weer dat niet perfect was (en omdat ik het te druk had, geen zin of een ander slecht excuusje). Ik hoop volgend seizoen mezelf te kunnen overtuigen om ook met iets minder weer te gaan fietsen, maar ik kan niets anders doen dan afwachten.

Een tip aan iedereen: denk eens na hoe je grootste jeugdinteresse is weggeëbd. Daar kan je veel van leren.

Dit bericht is geplaatst in de categorie Wielrennen met de tag . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *