Waarom ik geen wiskunde meer kan

Ik ga jullie geen pagina’s aan wiskunde sommen geven, wees niet bang!

Vroeger, toen kon ik nog wiskunde. In de eerste en de tweede van het vwo. Mijn leraar van de derde vond dat ik het niet kon en zei dat ik wiskunde a1,2 moest gaan doen (ongeveer gelijk aan C voor de later geschoolde mensen). Ik vond van niet en koos vrolijk voor b1,2 (ongeveer gelijk aan B+D). Natuurlijk heb ik het gehaald, anders was de titel niet ‘[..] geen wiskunde meer kan‘. Niet zoals ik wilde, want ik wilde een 9 voor mijn eindexamen en het was een 8.9, hoe kon mijn (nieuwe) docent mij dat aandoen?! (Note: dit is niet serieus bedoelt.)

In elk geval: toen ging ik studeren. En wilde ik wiskunde vakken gaan volgen als dat kon. Ja, dat kon wel hoor. Zo gezegd, zo gedaan. Eerst maar een verplicht wiskunde vak volgen van mijn opleiding. Oh, dat was toch niet zo makkelijk als ik dacht. Een hele hoop abstracte begrippen waar ik géén idee van had wat ze betekende, zonder dat er echt goede uitleg bij stond. En vooral: zonder veel sommen met goede uitwerkingen. Leuk een hoop sommen met antwoorden, maar met antwoorden bereik ik niets. Uitwerkingen moet ik hebben, dáár leer je wat van!

Ik waagde daarna een echte poging: ik koos voor een écht wiskunde vak, met nog meer abstracte begrippen waar ik vaak niet veel van snapte. Vooral niet als ik één werkcollege achterliep… Op de middelbare school maakte dat nooit uit, één les achter lopen, dan volgde ik alles nog makkelijk. Bij informatica maakt het ook niet uit. Oh wacht, we hebben eigenlijk nooit werkcolleges. Bij wiskunde vakken op de Universiteit maakt het dus wel uit, héél erg veel zelfs…

Hoe het komt? Abstractheid, dat is blijkbaar niets voor mij. Op de middelbare school kon ik mij alles nog voorstellen: “als die functie zo loopt, en die zo, ja, dan is deze uitkomst logisch!” Nou, dat zit er nu dus niet meer in. Er zijn nog wel functies, maar dan in drie dimensies (help, dat voorstellen is lastig) of nog meer. Of het zijn zóveel functies dat het gewoon niet voor te stellen ís. Toch jammer, want dat ‘simpele’ wiskunde van de middelbare school, dat beviel mij wel. Ik had dus echt nooit verwacht dat er zo’n groot verschil zou zijn (of het ligt gewoon aan mij, dat kan ook)

Gelukkig ben ik geen wiskunde gaan studeren, want daar heb ik nog een tijdje over getwijfeld… En gelukkig ben ik het niet náást informatica gaan doen, want daar heb ik óók een tijdje over getwijfeld…

Voor de geïnteresseerden heb ik een hieronder een zelf uitgewerkt probleem neergezet. Vooral niet proberen te snappen als niet-eens-een-heel-klein-beetje-wiskundige, voor mij was dit al onbegrijpbaar toen ik een soortgelijk probleem voor de eerste keer zag. En deze valt nog reuze mee, in het boek staat een soortgelijk iets over anderhalve pagina met een héléboel tekens waar je niet vrolijk van wordt!

Dit bericht is geplaatst in de categorie Beta. Bookmark de permalink.

9 Reacties op Waarom ik geen wiskunde meer kan

  1. Nicole zegt:

    Ik had wiskunde C op de middelbare school 😛 Het vak interesseerde me niet, ik wilde het niet kennen en ik wist zeker dat ik er niets mee kon in mijn verdere leven (en dat klopt). Ik haalde er nog wel goede cijfers mee, maar dat was meer omdat ik een uitdaging dan ook wel weer leuk vond, haha.
    Gelukkig ben je het inderdaad niet gaan studeren! Afschappen die hap (grapje!).

  2. Ik volgde in het middelbaar de richting latijn-wiskunde. In het vijfde jaar had ik 8u wiskunde: zes uur “basiswiskunde” en twee uur project, maar dat was eigenlijk te moeilijk voor mij. Ik begreep alles wel en kon alle “papegaaienoefeningen” (zoals ze dat bij ons noemden) oplossen, maar elke oefening waarbij je meer inzicht nodig had en als het ware zelf formules moesten afleiden waren Chinees voor mij. Mijn toetsen wisselden voortdurend af: geslaagd, niet geslaagd, geslaagd, niet geslaagd… Aan het eind van het jaar was ik er met de hakken over de sloot door en het jaar daarop heb ik voor de zes uur gekozen. Dat scheelde werkelijk énorm veel! (aangezien ik 40% meer had dan het jaar ervoor…)
    In elk geval: na deze jaren had ik een afkeer gekregen van wiskunde en toen koos ik voor talen ^^

  3. Kim zegt:

    Ik heb nu wiskunde C en sta er een 3 voor. Blijkbaar zit het in de familie, mijn moeder die heeft niet eens wiskunde-examen gedaan en mijn oma is twee keer blijven zitten door wiskunde! En ik sta nu zo laag omdat ik een proefwerk heb gehad over hoofdstukken die niet eens voor wiskunde C zijn bedoeld. Maar oke. Nu hebben we kansberekening en statistiek en dat snap ik gelukkig wel!

    • Renze zegt:

      Statistiek is de beste wiskunde die er is! Alle kansen zijn namelijk 50%: het gebeurd óf het gebeurd niet. Je gooit met een dobbelsteen 6 óf niet 😀

  4. Laura zegt:

    Als jij dat al niet snapt, dan snap ik het helemáál niet. Zoals je weet heb ik wiskunde B en ben ik er niet al te best in. Ik hoop zo dat ik een voldoende heb voor het schoolexamen :S.

  5. Muireann zegt:

    Ik snap niets van die niveau’s en nog minder van je vergelijking (of wat het ook is). En ik was altijd goed in wiskunde :s (maar heb nooit zoveel gedaan als Lilith. Ik had een schamele drie uur in economie-moderne talen haha)

    • Renze zegt:

      Wat er was | wat er nu is en wat ongeveer hetzelfde is
      a1 | C
      a1,2 | A
      b1 | B
      b1,2 | B+D
      (De logica hierachter heb ik nóóit gesnapt, maar goed.)
      Ik deed dus het ‘moeilijkste’ (is o.a. bewijzen en algebra, voor de rest kan ik al die onderwerpen niet onthouden), maar dat is nog veel minder qua uren dan in België, want ik had maximaal 5 uur (wij hebben een heleboel oninteressante bijvakken die teveel uren kosten).

      Het is maar goed dat je het niet snapt, want als je dat in één keer snapt, had je wiskunde moeten gaan studeren 😛

  6. Lauradenkt zegt:

    Ik dacht dat wiskunde a1/a2 het huidige wiskunde a was, maar dat weet ik niet zeker. In ieder geval: ik ben er nooit goed in geweest en ik ben heeeeeeel blij dat ik het niet meer heb.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *